Zweefvliegen is een prachtige hobby. Zweven hoog in de lucht met alleen het windgeruis om de cockpit in je oren. Urenlang van wolk naar wolk vliegen. Samen met roofvogels in een thermiekbel draaien. Zweefvliegen is verslavend.
De lierstart Allereerst moet een zweefvliegtuig in de lucht gebracht worden. Het vliegtuig wordt eerst aangehaakt aan een 1000 meter lange staalkabel. Een lier rolt de kabel snel in waardoor het toestel versneld wordt en als een vlieger de lucht in gaat. Er wordt meestal een hoogte bereikt van 300 meter tot 400 meter. Na het ontkoppelen van de kabel kan het vliegtuig beginnen met zijn zweefvlucht.
Zelf vliegen Als je wilt leren vliegen, dan kan dat door lid te worden bij onze vereniging. Ook moet je ouder dan 14 jaar zijn, dit is wettelijk verplicht. Als je lid wordt, betaal je contributie. De opleiding is gratis en wordt gegeven door opgeleide instructeurs. De opleiding is landelijk erkend.
De opleiding is te verdelen in twee onderdelen: de theoretische en de praktische opleiding. De theoretische opleiding vindt plaats gedurende de wintermaanden in ons clubgebouw op het vliegveld. Nadat beide opleidingen voltooid zijn en afgesloten zijn door een theoretisch en een praktisch examen komt men in het bezit van het zweefvliegbrevet (GPL). Dit bewijs is wereldwijd geldig. Hiermee kun je dus overal ter wereld vliegen.
Als je wilt beginnen met de vliegopleiding moet je eerst een keuring ondergaan, dit is sportmedisch. Er worden geen bijzondere eisen gesteld en een bril is bovendien geen bezwaar!
De opleiding De praktische opleiding vindt plaats onder leiding van een instructeur op het vliegveld. De opleiding begint op een tweezitter met dubbele besturing (DBO = Dubbel Besturings Onderricht). Als leerling zit je voorin en krijg je instructies van de instructeur, die achter je zit, op de tweede zitplaats. Je blijft als leerling zolang op de tweeziter totdat je de lierstart, het 'bovenwerk' (rechtlijnige vlucht, bochten, thermiekvliegen, etc.) en de landing beheerst. Twee instructeurs bepalen of je solo mag gaan!
Je leert vliegen op de Puchacz, dit is een tweezitter. Als je solo mag, maak je eerst vijf solostarts op deze tweezitter. Vervolgens ga je solo op de Junior. Dit is een eenzitter. De club bezit twee van deze vliegtuigen. In de tijd dat je solo vliegt, ga je nóg beter leren vliegen.
Om het felbegeerde zweefvliegbrevet (GPL) in handen te krijgen moet je aan veel eisen voldoen. Als je deze eenmaal beheerst, dan maak je een examenvlucht, hopelijk met positief gevolg!
Je moet zo goed kunnen vliegen, omdat je ook ‘echt’ wilt zweefvliegen. Je wilt namelijk gaan overland-vliegen. Tijdens het overland-vliegen maak je een ‘overland’ naar een ander veld of een willekeurige plek! Je probeert met behulp van de thermiek zo ver mogelijk te komen. Maar soms kan er geen thermiek meer gevonden worden en dan moet je gaan buitenlanden. Er wordt dan een geschikt terrein gezocht (dit hoeft niet altijd een vliegveld te zijn) en dan moet je buitenlanden. Dit is een spannend moment, want er mag niks fout gaan. Dan weet je meteen waar je al die keren voor geoefend hebt!
Zijn beide opleidingen geheel afgerond dan wordt door het KEI (KNVvL Examinerings Instituut) het zweefvliegberevet (GPL, Glider Pilot Licence) uitgereikt en kan het echte zweefvliegen beginnen.
De wereld van ondersteboven zien? Zweefvliegtuigen kunnen niet alleen maar rechtuitvliegen en bochten draaien. Ze kunnen ook hele andere dingen! Zweefvliegtuigen kunnen ook loopings, stall-turns en rolls maken. In de zweefvliegwereld noemen we dit aerobatics of kunstvliegen. Alleen mensen die hier een opleiding voor hebben gehad mogen deze figuren uitvoeren. Alles gebeurt dus veilig en verantwoord. Maar er is altijd wel een plaatsje achterin over, waar jij mee kan!